Skip links

Onverzadigbare trek

Eetbuistoornis, oftewel Binge Eating Disorder, klinkt als een vreselijke aandoening, en dat is het ook. Maar laten we even eerlijk zijn: als je de hele koelkast hebt geplunderd alsof je een eekhoorn bent die zich voorbereidt op een nucleaire winter, is het moeilijk om niet een beetje te lachen om de absurde situaties waarin je belandt. Dit is een poging om met een knipoog te kijken naar een serieus probleem, want lachen om jezelf is tenslotte het beste medicijn. Toch?

Ik herinner me de eerste keer dat ik me realiseerde dat ik misschien een probleem had. Het was een rustige dinsdagavond. Ik zat voor de tv en dacht: “Ik heb trek.” Geen probleem, dacht ik, en ik liep naar de keuken. Maar in plaats van een bescheiden snack koos ik voor een viergangenmenu: chips, koekjes, een halve pizza (oké, een hele pizza), en een liter ijs. Toen ik eindelijk terugkeerde naar de bank, had ik meer eten dan een middeleeuws banket.

Je zou denken dat het stoppen bij de eerste signs van volheid vanzelfsprekend zou zijn, maar nee, mijn maag en ik hadden andere plannen. Het is alsof er een onzichtbare competitie is: “Hoeveel kan ik in één keer eten zonder te exploderen?” Spoiler alert: mijn maag wint altijd, maar mijn broek verliest.

Het probleem met eetbuien is dat je niet echt geniet van het eten. Het is meer een roekeloze missie om de bodem van de verpakking te bereiken. Het moment waarop je beseft dat je net een hele familieverpakking chips hebt opgegeten, is een bijzonder pijnlijk soort schaamte. “Waarom is de zak leeg?!” roep je verontwaardigd naar niemand in het bijzonder. Het antwoord is simpel: je hebt een eetbuistoornis, en je hebt zojuist een marathon gegeten.

En dan is er nog het supermarktconflict. Iedereen die met eetbuistoornis leeft, weet dat boodschappen doen een mijnenveld kan zijn. Je loopt de winkel in met de beste bedoelingen: alleen gezonde opties, veel groenten en fruit. Maar dan, als een aasgier die zijn prooi spot, zie je de schappen met snacks. Het is alsof de chips en koekjes je naam fluisteren, smekend om in je winkelwagen te belanden. “Eén pak koekjes kan geen kwaad,” zeg je tegen jezelf. Vijftien pakken later en je bent de trotse eigenaar van een voorraad die genoeg is voor een weeshuis.

Natuurlijk komt er een moment van reflectie. Zittend tussen de overblijfselen van je eetbui, voel je je niet zozeer voldaan als wel een beetje verraden door je eigen lichaam. Maar er is ook een zekere mate van humor in te vinden. Want laten we eerlijk zijn, als je je eigen capriolen niet kunt uitlachen, wie dan wel?

Dus hier ben ik, niet alleen met mijn eetbuistoornis, maar ook met een hernieuwde waardering voor de absurditeit van het leven. Ik probeer maar om mezelf te lachen want mezelf haten heb ik nu wel lang genoeg gedaan. Het is niet altijd makkelijk, en het is zeker niet altijd grappig, maar af en toe moet je gewoon lachen om de kleine dingen. Zoals die keer dat ik een hele taart at omdat “één stukje” gewoon niet genoeg was.

Aan iedereen die worstelt met een eetbuistoornis: je bent niet alleen. En onthoud, terwijl je werkt aan een gezonder leven, is het oké om af en toe te lachen om jezelf. Want soms is humor precies wat je nodig hebt om door de moeilijkste momenten heen te komen. En misschien, heel misschien, kun je dan de koelkast sluiten voordat je aan die tweede pizza begint.